Bij hergebruik van vrijkomende grond is het belangrijk om te weten wat de milieuhygiënische kwaliteit van de grond is. Hiervoor wordt een partijkeuring uitgevoerd volgens richtlijn BRL SIKB 1000 en protocol 1001. In de volksmond worden dit AP04-keuringen genoemd. Dit onderzoek bepaalt of en waar de grond, zand, leem, klei of veen opnieuw mag worden toegepast.
Per partijkeuring mag maximaal 10.000 ton grond worden beoordeeld. Grotere partijen worden opgesplitst in deelpartijen, die elk afzonderlijk worden ingemeten en verdeeld in monsternemingsvakken. Asbestverdachte partijen mogen worden gekeurd per 2000 ton.
Uit elke (deel)partij worden vervolgens 2x 50 grepen genomen, die worden samengevoegd tot 2 mengmonsters van circa 9 à 10 kilogram per stuk.
Beide mengmonsters worden geanalyseerd op het standaard analysepakket en PFAS (en op asbest bij asbestverdachte partijen). Aan de hand van de resultaten wordt bepaald in welke kwaliteitsklasse de partij valt:
Op basis van deze classificatie ontvangt u een helder adviesrapport met informatie over de mogelijkheden voor hergebruik, de afvoerbestemming en eventuele verwerkingskosten van de partij.